EdTech… kansrijkheid in zes velden

Waar kan EdTech eigenlijk evolueren?

(vervolg op de Edtech-taxonomie — hardop denkend)

In mijn vorige post heb ik EdTech niet als “markt” of “toolbox” bekeken, maar als een gelaagd landschap. Met lagen die elk hun eigen logica hebben; didactics, structures, organics, registers, commons.

In mijn denken ontstond al snel een combinatie met wat ik hier uiteenzet.

Want zelfs als je helder hebt wat je voor je ziet (en in welke laag het zit), blijft een andere vraag open:

waar kan het eigenlijk landen en blijven bestaan?

En daar wringt voor mij iets met het woord innovatie.


Misschien is “innovatie” het verkeerde woord

“Innovatie” klinkt alsof vernieuwing een soort eigenschap is of een doel opzich.
Alsof iets vernieuwend ís, los van waar het terechtkomt.

Ik merk dat ik er steeds minder mee kan. Temeer omdat de term eigenlijk steeds meer uitgehold raakt.

Wat ik zie in EdTech lijkt veel meer op evolutie:
vormen die ontstaan, testen, aanpassen, soms verdwijnen en soms blijven, omdat ze passen bij de omstandigheden.

En dan wordt de vraag niet: is dit innovatief?
maar:

  • wat probeert hier te ontstaan?
  • in welke laag van het ecosysteem wil het landen?
  • en is er genoeg absorptievermogen om dat ontstaan ook te dragen?

Absorptievermogen als evolutiekans

Ik begin steeds meer te denken dat absorptievermogen niet “een factor” is, maar een soort vermenigvuldiger.

Niet: hoe goed is de technologie?
Maar: kan het systeem dit opnemen zonder zichzelf in de weg te zitten?

Absorptievermogen gaat voor mij over:

  • tijd (ruimte om te oefenen, te wennen, te herhalen),
  • energie (mentale en organisatorische bandbreedte),
  • eigenaarschap (wie draagt het, wie beslist, wie onderhoudt het),
  • samenhang (past het in routines en doelen),
  • veiligheid (wat kost falen, voor wie, en wie vangt het op),
  • loslaten (dat wat niet meer nodig is, kost het meer dan het oplevert).

Zonder absorptievermogen sterft veel wat potentie heeft.
Met absorptievermogen kan ook iets kleins uitgroeien tot iets dat blijft.

Dus: absorptievermogen vergroot de evolutiekans van wat wil ontstaan en dat wat wil blijven.


Twee lijnen waarlangs ik ben gaan kijken

Om dat concreter te maken, ben ik naast die taxonomie nog twee simpele “kijklijnen” gaan benoemen. Niet als model, meer als kompas.

  1. Nabijheid van de leerpraktijk
    Van direct in de klas, tot ver weg van het leren zelf. Hoe dicht zit iets op het echte leren, in het moment?
  2. Mate van doorwerking
    Van lokaal effect, tot gevolgen voor organisatie of systeem. Hoe ver werken de gevolgen door, als je iets verandert?

Als ik die twee lijnen combineer, zie ik zes plekken waar EdTech zich anders gedraagt en waar evolutie anders verloopt.

En belangrijk: die plekken zijn óók herkenbaar in mijn eerdere lagen (didactics/structures/organics/registers/commons). Dit is voor mij vooral een extra lens erop.


Zes plekken waar EdTech anders kan evolueren

1) Dichtbij & lokaal: het leer-moment

Dit raakt direct de leerervaring: wat er gebeurt tussen leerling, docent en taak.
Hier kan veel ontstaan, omdat het relatief omkeerbaar is.
Absorptie is vaak hoog: docenten kunnen proberen, tweaken, terugdraaien.

Koppeling met mijn taxonomie: Didactics
Valkuil: verwachten dat iets dat lokaal werkt vanzelf “beleid” wordt.

2) Dichtbij & herhaalbaar: routines van leren

Hier gaat het niet om één les, maar om sequentie, opbouw, herhaling.
Impact ontstaat als het onderdeel wordt van routine.

Koppeling: Didactics → Structures
Valkuil: dit blijven behandelen als “even uitproberen” terwijl het ritme en borging vraagt.

3) Middengebied: samenwerken, rollen, werkprocessen

Hier raakt verandering meerdere professionals en hun afstemming.
Absorptie is hier vaak de bottleneck: niet omdat mensen niet willen, maar omdat besluitvorming, tijd en eigenaarschap ontbreken.

Koppeling: Structures ↔ Organics
Valkuil: denken dat adoptie een trainingsvraag is, terwijl het vooral een organisatiemechaniek is.

4) Formeel: legitimiteit en verantwoording

Hier gaat het over continuïteit, toetsbaarheid, aansprakelijkheid, privacy, inspectie-achtige logica.
Evolutie is hier traag, niet uit luiheid maar uit wet- en regelgeving.

Koppeling: Registers
Valkuil: hier experimenteerruimte verwachten alsof we nog in de klas staan.

5) Tussen systemen: frictie, standaarden, uitwisselbaarheid

Hier zit de winst niet in “beter leren morgen”, maar in minder wrijving, betere dataflow, minder lock-in, meer compatibiliteit.
Absorptie zit hier niet in individuen maar in collectieve afspraken.

Koppeling: Organics ↔ Registers ↔ Commons
Valkuil: dit framen als productinnovatie, terwijl het een verbindings- en governancevraag is.

6) Fundamenteel: de randvoorwaarden waarop alles rust

Dit is infrastructuur, publiek-privaat, data-architectuur, identiteit, basisprincipes.
Het is vaak onzichtbaar tot het faalt.
Effecten zijn vertraagd, maar bepalen veerkracht.

Koppeling: Commons
Valkuil: dit zien als “technisch”, terwijl het strategisch is.


Wat dit perspectief met het gesprek doet

Als ik “innovatie” loslaat, verschuift mijn reflex.

Niet:

“Waarom gaat dit niet sneller?”

Maar:

“Waar proberen we dit te laten landen? en is daar absorptievermogen?”

Niet:

“Dit is niet innovatief.”

Maar:

“Misschien proberen we iets te laten ontstaan in een laag die het (nog) niet kan dragen.”

En dat vind ik eerlijker. Menselijker ook.
Omdat het niet moraliseert (“weerstand!”), maar verklaart (“draagkracht”).


Tot slot

Ik noem dit liever evolutie dan innovatie.
Omdat het gaat om wat kan ontstaan, passen, doorwerken én blijven.

En ik denk dat absorptievermogen daarin een sleutel is:
niet als vinkje, maar als kansvergroter voor wat wil ontstaan.

Ik ben benieuwd:
in welke laag uit mijn taxonomie zie jij momenteel de meeste evolutie?
En waar ontbreekt vooral absorptievermogen — waardoor potentie blijft hangen?

In een volgende post wil ik verder ingaan op het onderscheid tussen innovatie en evolutie. Waarom dat verschil er voor mij echt toe doet. Ook neem ik je dan mee in mijn Evolutionary (Futures) Perspective (EFP): een manier van kijken en handelen vanuit wat wil ontstaan, wat kan blijven bestaan, en wat daarvoor nodig is in termen van context, absorptievermogen en tijd.

Maarten Meijer — werkend vanuit een Evolutionary Perspective.
Een conceptueel denker die helpt betekenis te geven aan wat zich al ontvouwt, op het snijvlak van systemen, onderwijs en technologie.
Ik verken en verwoord mogelijke richtingen, zonder uitkomsten te vroeg vast te zetten.
Ik creëer ruimte voor reflectie, oriëntatie en keuze — zodat wat wil blijven bestaan zich verder kan ontwikkelen.

In het dagelijks leven werk ik als Programmamanager EdTech Ecosysteem bij NOLAI (Nationaal Onderwijs Lab AI).

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.